Kennelijke organisatie van onvermogen

Een natuurlijke persoon kan alleen worden toegelaten tot de collectieve schuldenregeling als hij niet kennelijk zijn eigen onvermogen heeft georganiseerd.

Dat betekent meer dan onverantwoord financieel gedrag of het ontstaan van schulden door strafbare feiten. Er moet concreet blijken dat de schuldenaar handelingen heeft gesteld met de bedoeling zich onvermogend te maken en zo aan betaling te ontsnappen.

De goede trouw wordt vermoed. Het is dus aan de schuldeiser in derdenverzet of aan de schuldbemiddelaar om te bewijzen dat de schuldenaar zijn onvermogen opzettelijk of bedrieglijk heeft bewerkstelligd.

Zonder dat bewijs moet de schuldenaar in principe worden toegelaten tot de collectieve schuldenregeling. Vanaf de toelaatbaarheid moet hij wel te goeder trouw meewerken gedurende de hele procedure.

Arbrb. Antwerpen (afd. Hasselt) nr. 24/861/A, 24/862/A, 7 februari 2025, TIBR 2026, afl. 1, RS-163